Sondevoeding wordt voorgeschreven aan mensen die niet voldoende kunnen, willen of mogen eten. het kan een volledige vervanger van gewone voeding zijn of als (nachtelijke) bijvoeding worden voorgeschreven. De arts bepaalt samen met de diëtist of voedingsverpleegkundige welk soort sondevoeding gewenst is. Daarnaast wordt de hoeveelheid per 24 uur vastgesteld. De vergoeding gaat via de zorgverzekeraar.
Sondevoeding verwijst naar de slang, de sonde, waardoor de voeding gegeven wordt. Door de neus, via de slokdarm, schuift de sonde direct naar de maag of darm. Bij langdurige sondevoeding kan ook een voedingsstoma worden aangelegd. Dit is een slangetje dat door de buikwand direct in de maag of darm terecht komt. Verschillende smaken voeding zijn hierbij niet nodig. De smaakpapillen van de tong worden overgeslagen.
De toediening geschiedt meestal met behulp van een voedingspomp. De toediening kan ook via een spuit of zogenaamd zwaartekrachtsysteem uitgevoerd worden.