Vloeistof wordt met of zonder medicijnen door middel van een infuus in het bloed gebracht. Hierbij is een toedieningssysteem nodig. Meestal wordt er voor de thuissituatie gekozen om vocht en/of medicatietoediening via een infuuspomp te laten verlopen. Na instelling van het apparaat wordt de vloeistof met een bepaalde snelheid toegediend.
Voor productinformatie over infuusapparatuur en toebehoren, klik dan hier (exclusief diabetespompjes - zie hiervoor rubriek Diabetestherapie).
De infuusvloeistof kan in verschillende vormen verpakt zijn, zoals een infuuszak, een spuit of een cassette. Dit is afhankelijk van het type apparaat, de wens van de arts, verpleegkundige en apotheker en de reden van toediening. De infuuszakken hebben een inhoud variërend van 10 ml tot 3 liter, spuiten variëren van 10 tot 50 ml en cassettes zijn meestal 50 of 100 ml.
De inzet van apparatuur voor infuustoediening is divers. Thuis dient het veelal voor vochttoediening of medicatietoediening, zoals morfinepreparaten, insuline, antibiotica, medicatie bij bepaalde ziektebeelden en bijvoorbeeld voor chemotherapie.
Een infuuspomp dient een vloeistof voor korte of langere tijd direct in het lichaam toe. Dit kan zijn continu, intermitterend, circadiaan of met pca-functie. Voor de vele verschillende toedieningen zijn bijna even zoveel pompjes beschikbaar. Elastomeerpompen, cassettepompen, volumetrische pompen, spuitenpompen en hierop weer allerlei varianten.